Onvoldoende samenwerking tussen jeugdhulp en school

By 18 mei 2018Nieuws

De inspecties concluderen dat de jeugdhulpinstelling en de school de risico’s rond de dagelijkse schoolgang goed inschatten, maar daar in de praktijk onvoldoende naar handelden.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie van het Onderwijs onderzochten een calamiteit waarbij een jongere om het leven kwam. De inspecties concluderen dat de jeugdhulpinstelling en de school de risico’s rond de dagelijkse schoolgang goed inschatten, maar daar in de praktijk onvoldoende naar handelden. Bovendien hebben de inspecties twijfels over de verbeterkracht van de beide organisaties en het interne toezicht door de betrokken besturen.

In juni 2017 ontvingen de inspecties een melding van de Otto Gerhard Heldringstichting (OGH) over het overlijden van een jongere in een instelling voor gesloten jeugdhulp. De jongere volgde onderwijs bij VSO De Brouwerij, liep onder schooltijd weg en verdronk tijdens deze wegloopactie.

Onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd door de drie inspecties, aan de hand van de thema’s ‘uitvoering hulpverlening’ en ‘veiligheid’ van het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd.

Conclusie
De inspecties concluderen dat OGH en De Brouwerij onvoldoende hebben gedaan om de risico’s rond de dagelijkse schoolgang van de jongeren te beperken. Zowel OGH als De Brouwerij kwamen afspraken over het toezicht op de jongeren niet na. Dit betreft een gezamenlijke verantwoordelijkheid van beide organisaties.

Na de calamiteit hebben OGH en De Brouwerij een verbetermaatregel doorgevoerd, maar dit heeft er niet toe geleid dat de afspraken over het toezicht voldoende werden nagekomen en het risico op weglopen werd beperkt. De inspecties verzochten daarop beide besturen om op korte termijn gezamenlijk maatregelen ter verbetering te treffen. Tijdens een daaropvolgend onaangekondigd toezicht hebben de inspecties vastgesteld dat de organisaties het merendeel van de maatregelen hadden ingevoerd en dat de sfeer, communicatie en samenwerking waren verbeterd. Een essentiële maatregel was echter niet doorgevoerd en de verantwoordelijken bleken hiervan niet op de hoogte.

Deze situatie leidde bij de inspecties tot twijfel over de verbeterkracht van de beide organisaties. Immers, de inspecties hebben tweemaal richting de beide besturen moeten interveniëren voordat OGH en De Brouwerij gezamenlijk voldoende maatregelen hadden getroffen en het risico op weglopen van de jongeren hadden beperkt.

Vervolg
De inspecties verwachten dat OGH en De Brouwerij binnen drie maanden via een interne audit toetsen of de verbeteringen zijn geborgd. Afhankelijk van de kwaliteit en de uitkomsten van deze audit kunnen de inspecties dit (onaangekondigd) toetsen in de praktijk.

Bron: Jeugdzorg 16 mei 2018

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.